Filosofie en Religie

 

De godsdienst in China heeft zijn wortels in oud volksgeloof met diverse mythische figuren en geesten en is gericht op de samenhang van mens met kosmos, microkosmos.

Een aantal aspecten hiervan werden in het Taoïsme geïnstitutionaliseerd. Daarnaast onwikkelde het Confusianisme zich als een deugden ethiek gericht op maatschappelijke, sociale orde.

Vamaf de zesde eeuw werd het Boeddhisme geïntroduceeerd als een levensleer met meer aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling en sociaal mededogen. Hoewel de religies en filosofieën ten minste gedeeltelijk tegenstrijdig zijn, worden ze in de Chinese tuin tot een harmonie gebracht en in Boedistische tempeltuinen kunnen we Tao symbolen zien. Hier zien we een hoofdkarakteristiek van de Chinese tuinkunst. Namelijk de wijze waarop de combinatie van verschillende, ook tegengestelde, elementen op een evenwichtige wijze worden samengebracht tot een harmonisch geheel. Zo wordt de natuur gecombineerd met menselijke constructies in de vorm van gebouwen, galerijen en paviljoens.

De Chinese draak

is in tegenstelling tot de “westerse draak”geen gevaarlijk vuurspugend monster dat bestreden moet worden , maar deze controleert de waterstromen en dient met respect behandeld te worden om evenwichtige watertoevoer te krijgen en overstromingen te voorkomen. De schildpad en de kraanvogel worden veelvuldig afgebeeld als symbolen voor een lang leven.

 

Tegenover de zachtheid van water en mossen worden harde rotsen geplaatst in een natuurlijk geheel. Maar de toegepaste rotsen met hun grillige vormen en gaten zijn gevormd door het water. De rotsen symboliseren de bergen. Met de combinatie van water en "bergen" komen de woorden van Confusius tot expressie "De wijze geniet van het water en de goede vindt geluk in de bergen".

Symmetrie wordt toegepast in de inrichting van de tuinkamers, waar elementen van de Confuciaanse deugden zijn te vinden, maar komt niet voor in de natuurlijke structuren daarbuiten, waar de Tao denkbeelden zijn terug te vinden. Naast de genoemde hoofdreligies bleven de elementen van het oude volksgeloof een belangrijke rol spelen die wij vanuit een westerse optiek veelal als bijgeloof karakteriseren.

Zo zien we bij de ingang van de gebouwen een plank als extra verhoging van de drempel om de boze geesten buiten te houden. Ook scherpe hoeken in gangen en bij bruggen helpen tegen de boze geesten.

Naar Index: